Slachtoffers van de Mediaoorlog
Gefilterd , vervormd, gemanipuleerd en partijdig
Op 1 november 2006 gingen in de Openbare Bibliotheek twee critici in debat met Joris Luyendijk, auteur van 'Het zijn net mensen: beelden uit het Midden-Oosten'. Luyendijk, voormalig correspondent voor o.a. de Volkskrant en het Journaal, betoogt dat waarheidsvinding in het Midden-Oosten problematischer is dan velen denken. Zelfs een gedreven en integer journalist is volgens hem nauwelijks in staat een objectief beeld te geven van het Israëlisch-Palestijnse conflict, de oorlog in Irak, of wat er werkelijk leeft in de vele autoritaire staten in die regio.
door Ger Bosma
Het Midden-Oosten lijkt soms louter bevolkt door karikaturen. Zelfmoordterroristen, Iraanse mullah's op jacht naar 'De Bom', vormloze vrouwengedaanten in burqah's en allerlei licht ontvlambare 'boze baarden' die bij het minste of geringste de straat opgaan. Voeg daarbij de berichten over eindeloze 'vredesonderhandelingen' die nooit iets opleveren (hieraan danken we de Orwelliaanse term 'vredesproces') en journaals vol met bomaanslagen, sektarisch geweld en wrede gijzelingen. Het Midden-Oosten kortom als dolgedraaide caleidoscoop van de meer duistere kanten van de menselijke psyche.
Na 11 september 2001 is hier nog een element aan toegevoegd: een vermeende clash of civilizations, naar de controversiële term van Samuel P. Huntington. Als indirect gevolg van de mediaverslaggeving over het Midden-Oosten, ontwaren veel westerlingen overal een 'sluimerende haat' jegens het Westen. De rabiate anti-westerse sentimenten die zo prominent in de media figureren, is men van lieverlee gaan beschouwen als grondhouding van een groot deel van de Arabische wereld.
zomergast
Maar klopt dit gechargeerde beeld met de werkelijkheid? Dat is de zeer relevante vraag die Joris Luyendijk (1971) opwerpt. Behalve van zijn uitstekend verkopende laatste boek, kent het grotere publiek hem vooral als presentator van het VPRO-programma Zomergasten. Luyendijk was van 1998 tot 2003 Midden-Oostencorrespondent in Caïro, Beiroet en Oost-Jeruzalem. Hij vat de problemen van de kenbaarheid van het Midden-Oosten als volgt samen: ondanks de inspanningen van (zelfs) de kritische journalistiek, blijft ons beeld lijden aan vier grote tekortkomingen: het is gefilterd, vervormd, gemanipuleerd en partijdig.
Luyendijk gebruikt persoonlijke ervaringen en anekdotes om twee centrale punten te maken: voor een journalist die moet opereren in een dictatuur in plaats van in een democratie is waarheidsvinding veel moeilijker, wellicht zelfs onmogelijk. En elke journalist wordt - bewust of niet, gewild of niet - een pion in de mediaoorlog die op tal van terreinen wordt uitgevochten. Lezing van 'Het zijn net mensen' laat je verbouwereerd achter: journalisten lijken soms nauwelijks meer inzicht te hebben in de complexe realiteit van het Midden-Oosten dan de gemiddelde leek.
kijkcijferlogica
'Gefilterd, vervormd, gemanipuleerd en partijdig', aldus Luyendijk. Gefilterd omdat nieuws natuurlijk altijd de afwijking is van het alledaagse. Goed nieuws is geen nieuws. Daarentegen hanteren media vaak de cynische logica van 'If it bleeds, it leads'. Bloedig geweld blijkt uitstekend voor de kijkcijfers. In het Midden-Oosten vormen aanslagen de afwijking van de norm en worden uitgebreid belicht. Maar wat pas echt gevaarlijk is in het Midden-Oosten, vertelt Luyendijk met een grijns, is deelnemen aan het verkeer. Daar vallen veel meer doden dan tijdens aanslagen, maar wel op zo'n manier dat het geen nieuws genereert. Verreweg de meeste mensen daar zijn echter doodgewone mensen, net als wij verwikkeld in de dagelijkse beslommeringen. Ze zijn helemaal niet bezig met al die zaken die wij - dankzij de media - zijn gaan zien als de essentie van het leven in het Midden-Oosten.
Vervorming treedt vooral op als gevolg van de 'onkenbaarheid' van wat er echt leeft in een dictatuur of repressief regime. Kritiek of politieke stellingname is in zo'n context in potentie gevaarlijk. Getuigen en geïnterviewden worden daarom vrijwel altijd anoniem opgevoerd en zijn dus per definitie onverifieerbaar. Wanneer je als journalist dergelijke meningen optekent, in hoeverre zijn die dan vervormd door angst voor bijvoorbeeld de geheime dienst?
Bovendien wordt het maatschappelijke debat in zulke landen niet of vrijwel onhoorbaar gevoerd. Er bestaan nauwelijks onafhankelijke organisaties of politieke belangengroepen die maatschappelijke thema's agenderen. Kortom de hele civil society ontbreekt. Zelfs als de journalist integer met zijn bronnen omgaat, hoe veelzeggend is in dit geval de mening van een (aantal) willekeurig individu(en), behalve exemplarisch?
Luyendijk valt vooral over het gemak waarmee in de media gegeneraliseerd wordt over wat dé Afghaan, dé Saoedi of dé Syriër vindt: er is namelijk vrijwel nooit statistiek voorhanden om dergelijke claims te onderbouwen. Zolang het hebben van een politieke mening gevaarlijk kan zijn, is het erg lastig erachter te komen "wat het volk wil". Op vergelijkbare manier was het in het Nederland ten tijde van WO II ook ondoenlijk om erachter te komen wat de gemiddelde Nederlander vond van de oorlog aan het Oostfront, of van Churchill of Hitler; in dit geval voelen we dat 'op onze klompen' aan. Volgens Luyendijk dienen we net zo sceptisch te zijn in het Midden-Oosten. Polls die claimen te weten wat de gemiddelde Egyptenaar vindt van Mubarak, of de gemiddelde Afghaan van de Nederlandse ‘opbouwmissie’ in Uruzgan, zijn vaak weinig meer dan propaganda.
mediamanipulatie
Een derde probleem is de manipulatie door belanghebbende partijen en facties in het Midden-Oosten. Het idee waarmee Luyendijk zelf indertijd afreisde naar Egypte, typeert hij nu als naïef. Namelijk dat een journalist, als een 'vlieg op de muur', alleen maar registreert. Zelf geen rol speelt in de gebeurtenissen die hij verslaat. Journalisten fungeren echter als doorgeefluik en zijn steeds meer bepalend voor de publieke opinievorming. Ze bieden als het ware het podium waarop de mediastrijd wordt uitgevochten. Partijen proberen journalisten dus op alle mogelijke manieren te manipuleren, met PR-offensieven, voorgekookte reportages en soms in scène gezette beelden en verhalen.
Dat de mediastrijd minstens zo belangrijk is (geworden) als militaire campagnes, illustreert de Israëlisch-Libanese oorlog van afgelopen zomer. Betrof dit, zoals het ene kamp beweerde, de zoveelste schending door Israël van het internationale recht? Een ondoordacht begonnen en disproportionele oorlog tegen Libanon door de nieuwe premier Olmert, die zo op cynische wijze probeerde zijn interne imago te verstevigen? Of was het daarentegen een terechte, ingetogen campagne van Israël? Een logische vergelding voor de aanhoudende provocaties van terreurgroep Hezbollah, marionet van Iran, die alle Libanezen permanent gegijzeld houdt?
Het militaire pleit viel natuurlijk niet te winnen door Hezbollah en de Libanese regering, maar de mediastrijd uiteindelijk wel. De via de media succesvol gecommuniceerde boodschap was dat Israël niet alleen faalde in het aanpakken van Hezbollah - want de raketten bleven komen - maar belangrijker nog, dat deze tactiek buitensporig veel burgerslachtoffers en materiële schade veroorzaakte. Dit voor Israël funeste beeld, avond aan avond in elke huiskamer, maakte de militaire operatie op termijn kansloos.
Zelfs de geoliede publiciteitsmachine van Israël, vaak erg succesvol in het in de luren leggen van de westerse publieke opinie, moest het deze keer afleggen tegen de dramatische beelden van verwoeste steden en honderden gedode Libanese burgers. De macht van de media was hier ongetwijfeld doorslaggevend. Tegelijkertijd illustreert dit trouwens ook op cynische wijze waarom tal van andere conflicten en brandhaarden, die zich onttrekken aan de blik van de kijker, redeloos kunnen blijven voortwoekeren.
partijdigheid
Tot slot signaleert Luyendijk het probleem van de partijdigheid. Natuurlijk heeft elke journalist een eigen standpunt en mening. Alleen al de onderwerpkeuze zegt veel over de politieke positie die de journalist inneemt. Maar ook taal dwingt vaak tot stellingname: spreek je over 'het teruggeven van de bezette gebieden' of over 'het opgeven van de betwiste gebieden'? Spreek je over 'wederopbouw van Uruzgan' of over 'etnische zuivering van Uruzgan van de Taliban'? En vormt Hamas de 'democratisch gekozen regering van een soevereine Palestijnse staat in wording', of is het een 'terroristische organisatie' waarvan het Israël vrij staat haar leiding en zelfs parlementariërs te liquideren?
Het beeld dat Luyendijk voornamelijk schetst, en wat door de twee critici Bertus Hendriks (Wereldomroep) en Elise Friedmann (Nieuw Israëlietisch Weekblad) grotendeels wordt onderschreven, is dat journalisten veel eerlijker zouden moeten zijn in het toegeven van tekortkomingen en lacunes in hun kennis. Met te veel vooringenomenheid en een gekleurde bril kijken naar deze turbulente regio leidt tot onzinnige analyses, zoals die ook ten grondslag lagen aan de Amerikaans-Britse avonturen in Irak en Afghanistan. Daar wordt de wereld echt niet beter van.
Laatste reacties